Wat is de BMI?
De BMI (Body Mass Index, ook wel Quetelet-index) zet je gewicht af tegen je lengte. Artsen en gezondheidsorganisaties gebruiken hem als eerste, eenvoudige maat om in te schatten of je gewicht invloed kan hebben op je gezondheid. De BMI meet je vetpercentage niet rechtstreeks.
Voorbeeld: 70 kg en 1,75 m → 70 ÷ 1,75² = 22,9, dus een gezond gewicht.
BMI-tabel voor volwassenen (WHO)
| Categorie | BMI |
|---|---|
| Ondergewicht | minder dan 18,5 |
| Gezond gewicht | 18,5 – 24,9 |
| Overgewicht | 25 – 29,9 |
| Obesitas klasse I | 30 – 34,9 |
| Obesitas klasse II | 35 – 39,9 |
| Obesitas klasse III | 40 en hoger |
Beperkingen van de BMI
- Geen onderscheid tussen spieren en vet. Wie veel spiermassa heeft, kan een hoge BMI hebben zonder te veel vet.
- Zegt niets over waar het vet zit. Buikvet is ongezonder; je buikomvang geeft extra informatie.
- Leeftijd, geslacht en afkomst spelen mee. Bij 70-plussers wordt vaak een iets hogere BMI (tot ongeveer 28) als gezond gezien.
- Niet geschikt voor kinderen. Voor hen gebruikt men groeicurven per leeftijd en geslacht.
De BMI is een indicatie, geen diagnose. Maak je je zorgen over je gewicht of gezondheid, bespreek het dan met je huisarts.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de BMI?
Deel je gewicht in kilogram door je lengte in meter in het kwadraat. Bij 80 kg en 1,80 m: 80 ÷ (1,8 × 1,8) = 24,7.
Wat is een gezonde BMI?
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ligt een gezond gewicht bij volwassenen tussen een BMI van 18,5 en 24,9.
Is de BMI betrouwbaar?
Het is een snelle en bruikbare maat voor grote groepen, maar voor één persoon kan hij misleiden, omdat hij geen onderscheid maakt tussen spieren en vet en niets zegt over de verdeling van het vet.
Kan ik de rekenhulp gebruiken voor kinderen?
Nee. Bij kinderen en tieners wordt de BMI beoordeeld met groeicurven per leeftijd en geslacht. Deze rekenhulp is bedoeld voor volwassenen.
Deze rekenhulp is alleen ter informatie en vervangt geen advies van een arts.